Haring, Atlantische

In de Noordzee zwemmen drie belangrijke haringbestanden. Deze bestanden hebben hun eigen paaigronden maar paaien allemaal in de herfstmaanden. Gezamenlijk worden ze aangeduid als de ‘herfstpaaiers’. Zo worden ze onderscheiden van de Noordzee haringbestanden die in de lente paaien. Haringen eten plankton.  In de zomer komen alle drie de bestanden samen in de noordelijke Noordzee, om te fourageren. Haringen plakken hun eieren vast aan de bodem. Belangrijke kraamkamers voor jonge haring (< 2 jaar) bevinden zich aan weerszijden van de Noordzee en in het Skagerrak en Kattegat. Het grootste haringbestand in de Noordoost-Atlantische Oceaan is het Atlanto-Scandian haringbestand, ook wel bekend als het Noorse, lente-paaiende haringbestand. Dit bestand leeft in de wateren tussen IJsland, Noorwegen en Spitzbergen (Svalbard).