Makreel, Atlantische

Makrelen zijn migrerende roofvissen die in scholen zwemmen en enorme afstanden kunnen afleggen. In vergelijking tot tonijnen zijn makrelen kleiner en hebben ze een kortere levenscyclus. De Atlantische makreel komt uitsluitend in de Noord-Atlantische Oceaan voor, in de koudere en gematigde zeegebieden. Atlantische makreel leeft in scholen, gesorteerd op maat, en overwintert in diepere wateren, dicht bij de bodem. In de winter vasten de makrelen: ze eten vrijwel niets. In de lente trekken ze naar de warmere kustwateren (11-14 °C) om te foerageren en te paaien. Na de paai jagen de volwassen makrelen in kleine scholen actief op kleine haringen, op sprot en spiering. Tijdens de trek vormen makrelen enorme scholen met een omvang van wel 100 m diep en 200 m breed. De Atlantische makreel wordt tussen het tweede en derde jaar volwassen, bij een lengte van ongeveer 30 cm. Hij kan maximaal 60 cm lang worden en 3 kilo wegen.

Makreel, Spaanse

Met “Spaanse makreel” kunnen twee makreelsoorten worden bedoeld. Beide zijn familie van de Atlantische makreel. De makreel Scomber colias heeft een zuidelijker verspreidingsgebied dan de Atlantische. Hij komt voor in de centraal oostelijke Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De makreel Scomber japonicus komt voor in de Indische en Stille Oceaan. Beide soorten lijken op de Atlantische makreel, maar hebben in tegenstelling tot deze soort een goed ontwikkelde zwemblaas.